Get Adobe Flash player

Met reuzen is het net als met mensen: ze komen en ze gaan. Op 27 augustus 2011 werd in het Zeeuws-Vlaamse vestingstadje Hulst de nieuwe reus Maximiliaan gedoopt. Bijna drie jaar later viel het doek alweer voor dit initiatief omdat er te weinig mensen bereid bleken er structureel hun schouders onder te zetten. Maximiliaan van Hulst blijft voorlopig wel bestaan in afwachting van een mogelijke revival.

Tijdens de jaarlijkse ledendag van de Nederlandse Reuzenfederatie op 23 mei 2015 werden in het Brabantse Goirle twee nieuwe reuzen onthuld. Luisterend naar de namen Johanna Abcovia en Toon meej 't Vèèreke voor respectievelijk de dorpen Goirle en Riel (ze vormen samen een gemeente) schonken de inwoners het Nederlandse reuzenwereldje twee nieuwe giganten. De presentatie van Johanna Abcovia en Toon meej 't Vèèreke ging gepaard met de nodige rituelen kenmerkend voor dit erfgoed dat al eeuwen bestaat.

Maximiliaan van Hulst kwam en ging, de reuzen van Goirle en Riel zijn – hopelijk voor de organisatie – blijvertjes. Per saldo is Nederland in de recente tijd één reus rijker geworden. Maar in diezelfde periode zag het Brabantse Gilze in 2012 reuzin Gullemoei het levenslicht. In 2009 verscheen reus Pieke Dassen in Maastricht ten tonele, hetzelfde jaar waarin het publiek kennis kon maken met een vernieuwde (na een brand) D'n Stadsingel vaan Mestreech.

Het aantal reuzen in Nederland neemt zeer langzaam toe, maar het groeit wel. In het voorjaar van 2015 waren het er 29.
De grootste concentratie reuzen komt voor in Brabant: 18
Bergen op Zoom: 6, onderdeel van twee verschillende groepen. Twee van deze 6 reuzen zijn 'kinderen'.
Boxtel: 2, een reus voor Boxtel zelf en een reus voor Liempde dat deel uitmaakt van de gemeente.
Gilze: 1
Goirle en Riel: 2, een reus voor beide dorpen Goirle en Riel
Hilvarenbeek: 1
Oisterwijk: 3, een reus voor alle drie de dorpen die samen de gemeente vormen (Oisterwijk, Moergestel en Heukelom)
Tilburg: 3, een reus voor de stad Tilburg en een reus voor de twee dorpen die deel uitmaken van de gemeente (Berkel-Enschot en Udenhout).

Wat aantallen betreft de tweede reuzenprovincie van Nederland is Limburg met 7 stuks.
Heerlen: 1
Maastricht: 3. Er zijn drie verschillende groepen met ieder een eigen (stads)reus.
Roermond: 1
Venlo: 2

Buiten de twee zuidelijke provincies komen reuzen voor in Zeeuws-Vlaanderen (2, in Sluis en de reus van Hulst), in Overijssel (1 in Losser) en 1 in Friesland. Deze laatste reus is recent in de mottenballen gelegd omdat de beheerders tegen hetzelfde probleem aanliepen als in Hulst: te weinig mensen om er structureel de schouders mee onder te zetten. Dit is in potentie overigens de grootste bedreiging van het voortbestaan van de Nederlandse reuzen want enthousiasme om met dit erfgoed iets te doen is er genoeg. Het bouwen en exploiteren van een reus is een gigantisch karwei, zeker niet standaard vergeleken met veel ander erfgoed in Nederland.

De oudste reuzen van Nederland wonen in Venlo. De poppen Valuas en Guntrund zijn in de achttiende eeuw ontstaan, maar de traditie in deze stad dateert in ieder geval van 1536. Met recht is in 2006 geprobeerd deze twee reuzen op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO te krijgen, maar de Nederlandse regering wilde daar niet aan. Dit in tegenstelling tot de Belgen die dit met een paar reuzen wel voor elkaar hebben gekregen. Het geeft het verschil van denken aan over het belang van volkscultuur in Nederland en België (dedain versus serieusheid). In tegenstelling tot Nederland is volkscultuur in België, niet in de laatste plaats in Vlaanderen, een erkend deel van de nationale identiteit.

De reuzen van Venlo zijn wat betreft ouderdom in Nederland een buitencategorie. De op een na oudste is Jas de Keistamper uit Boxtel die in 1949 werd geschapen om de inwoners in deze tijd van Wederopbouw een steuntje in de rug te geven. De reus van Boxtel werd op 28 september 2013 op de Nationale Inventaris Cultureel Erfgoed geplaatst. Met deze erkenning vertegenwoordigt Jas de Keistamper alle Nederlandse reuzen.

Van een revival van het reuzenerfgoed in Nederland is sprake vanaf 1999. In dat jaar wordt in het Brabantse dorp Moergestel het initiatief genomen tot de bouw van drie reuzen voor Moergestel, Oisterwijk en Heukelom. Deze drie dorpen zijn twee jaar eerder tijdens een gemeentelijke herindeling bij elkaar gevoegd. De inwoners van de nieuwe gemeente moesten sterk aan elkaar wennen. Om dat proces te bevorderen werden door de erfgoedorganisatie WieKentKunst uit Moergestel drie reuzen bedacht.

Dit gebeurde in zekere zin op historische gronden. In 1929 namen het Akkermansgilde uit Venlo met de twee reuzen deel aan de slotceremonie van de Olympische Spelen in Amsterdam. Dat optreden resulteerde in deelname aan een nationale folkloreoptocht die in 1932 door Tilburg trok. Het Venlose voorbeeld inspireerde tot de schepping van reuzen, eerst in Tilburg en een jaar later in Oisterwijk. Deze twee reuzen zijn in de oorlog verdwenen.

De gedachte achter de drie nieuwe reuzen voor Oisterwijk, Moergestel en Heukelom was als volgt. Reuzenpoppen drukken sinds het beging van hun ontstaan in de Middeleeuwen de identiteit uit van de groep, de straat, de wijk, het dorp of de vereniging die ze maken en beheren. Door alle drie de dorpen een eigen reus te geven, stond die model voor de identiteit van de inwoners; eigenheid van de verschillende gemeenschappen. De nieuwe reuzen moesten samen worden bedacht, gemaakt, beheerd en uitgedragen. Hiervoor moesten de inwoners zich verenigingen. Samengevat was de slogan 'eenheid in verscheidenheid'. Eind 1999 werden de drie nieuwe reuzen als onderdeel van de millenniumfeesten gedoopt.

Het initiatief sloeg aan. Niet alleen de reuzen van Oisterwijk, Moergestel en Heukelom zijn een succes tot op de dag van vandaag, ze inspireerden inwoners van omliggende gemeenten tot de creatie van eigen reuzen. Tilburg met drie reuzen, Hilvarenbeek met 1 reus, Gilze met 1 reus en Goirle en Riel met 2 reuzen liggen allemaal in de buurt. Volgens dezelfde gedachte kreeg de Boxtelse Jas de Keistamper gezelschap van een reuzin die Liempde symboliseert. Dit dorp werd in 1997 bij Boxtel heringedeeld. Hetzelfde overkwam in datzelfde jaar Riel (bij Goirle) en Berkel-Enschot en Udenhout (bij Tilburg). Zo kon het gebeuren dat Midden-Brabant het hartland werd van de moderne reuzenontwikkeling van Nederland. Tegelijk met deze revival deed zich een technische ontwikkeling voor. Reuzen worden steeds meer 'handzaam' gebouwd. Ze kunnen in een aantal stukken (meestal drie) worden gedemonteerd waardoor ze in een aanhanger achter een auto passen. De drie reuzen van de gemeente Oisterwijk zijn nog van riet gevlochten door een Vlaamse reuzenvlechter, overigens een vrijwel uitgestorven ambacht.

Reuzenboek B2Op de op 1 november 2008 bekendgemaakte top 100 van de meest favoriete tradities van de Nederlanders staat de reuzencultuur op de 43-ste plaats. Dat is een hoge klassering voor een traditie die in Nederland, vergeleken met België en een aantal andere Europese landen, relatief weinig voorkomt. Ter vergelijking met de 29 Nederlandse reuzen:
Volgens prof. Dr. Stefaan Top, emeritus hoogleraar volkskunde aan de universiteit van Leuven en voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum voor Cultuur van Alledag in Gent, telde Vlaanderen ooit 1.500 reuzen. Het is niet precies bekend hoeveel er nu nog bestaan. Een inventarisatie op de website van koepelorganisatie Reuzen in Vlaanderen leverde in oktober 2013 een aantal van 700. In Vlaanderen komen er jaarlijks reuzen bij. Met 2.000 stuks is Spanje het voornaamste Europese reuzenland. Frankrijk telt er 560, Italië 60, Engeland 40, Oostenrijk 20, Portugal tussen de 100 en de 150 en Duitsland 1. Reuzen komen voor in vrijwel alle werelddelen. De reuzen van Midden- en Latijns-Amerika en van Noord-Amerika (Quibec, Canada) zijn voorbeelden van Europese culturele exportproducten. Op hun beurt namen de Spanjaarden de reuzencultuur over van de Vlamingen, waar dit fenomeen zijn oorsprong vindt.

Dat de Nederlandse reuzen toch hoog scoren wat betreft populariteit, heeft een aantal oorzaken. De eerste is de letterlijk grote zichtbaarheid van de reuzen; je kijkt er met geen mogelijkheid om heen. De grootste reuzen van Nederland komen allemaal uit net onder de zes meter. Overal in Nederland zijn de straatlantaarns zes meter hoog. Met een reus die hoger is kun je in een binnenstad niet optreden. Een tweede reden van de bekendheid van de reuzen is gelegen in het feit dat deze uiting van volkscultuur in Nederland zeer vitaal is. Dat geldt voor vrijwel alle Europese reuzen, maar in Nederland toch in het bijzonder. De revival van de laatste jaren laat dat zien.

In het kielzog van deze ontwikkeling ontstond de Nederlandse Reuzenfederatie. Het is typisch Nederlands om zich te verengingen om samen sterker te zijn. Over het algemeen zijn de reuzengildes in Nederland goed functionerende en krachtige stichtingen of verenigingen. Per groep zijn er gemiddeld tussen de 25 en de 50 personen bij betrokken. Gemiddeld wordt per jaar aan drie tot vijf optochten in binnen- en buitenland deelgenomen. Over het algemeen slaagt men er goed in financieel de broek op te houden. Initiatieven worden genomen om de jeugd te interesseren. Nieuwe technieken zijn en worden bedacht om reuzen te bouwen, te vervoeren en voort te bewegen. Maar er zijn ook bedreigingen, zoals de problemen van de reuzengroepen van Kimswerd en Hulst hebben laten zien. Als zoveel andere organisaties valt het de reuzengroepen steeds moeilijker vrijwilligers te binden en nieuwe mensen te interesseren. In financieel opzicht is het beheer van reuzen niet goedkoop. De bedreigingen worden gezamenlijk aangepakt. Daartoe is op 16 juni 2009 in Roermond onder auspiciën van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur een landelijke Reuzenfederatie opgericht.

De organisatie onderhoudt nauwe banden met koepelorganisatie Reuzen in Vlaanderen en met het Europees samenwerkingsverband van reuzengroepen. Dit alles bij elkaar maakt de reuzencultuur tot een formidabele gelegenheid voor Europese burgers om elkaar te ontmoeten en te leren kennen. Nederlandse reuzen treden jaarlijks op in andere Europese landen. Er zijn hechte vriendschapsbanden ontstaan tussen zowel de Nederlandse reuzengroepen als verwante organisaties in den vreemde.

De bedreigingen van de Nederlandse reuzen zijn derhalve veel minder groot dan de positieve geluiden die er over de Nederlandse reuzencultuur zijn te geven. Het geheim van dit succes is het benadrukken van de functie van een reus. Een reus of reuzin is niet zomaar een pop van gevlochten wilgentenen, staal, aluminium of polyester, maar hij of zij is een weerspiegeling van een gemeenschap. Dat kan een stad zijn, een dorp, een wijk of een vereniging. Een reus wordt dan ook als een echte inwoner van een plaats beschouwd. Ze worden gedoopt in het bijzijn van een peter en een meter en ze worden ingeschreven in het bevolkingsregister. Veelal zijn notabelen bereid om als beschermheer op te treden, wat onder meer het geval is in Maastricht (de burgemeester) en Tilburg en Hilvarenbeek (de vrouw van de burgemeester). Verjaardagen van reuzen zijn aanleiding tot het organiseren van grote feesten met optochten. Veel gemeenten zien de reuzen met hun folkloristisch verklede begeleiders als bijzondere ambassadeurs. In deze tijd met een groeiende aandacht voor tradities, folklore, historische verenigingen en streektalen bestaat er blijkbaar behoefte aan een fenomeen als een reus die uitdrukking geeft aan de plaatselijke eigenheden. Dat klinkt luid en duidelijk door in de namen en de uitmonstering van de Nederlandse reuzen. Van een plaats in Nederland met een reus kun je zeggen: zeg me wie je reus is en ik zeg je wie je bent.

Zo beschouwd wortelen de Nederlandse reuzen in een zeer oude traditie. Maastricht had al een reus in 1550, Venlo in 1563 en Roermond in 1680. In het verleden telde Reuzenboek B5Nederland veel meer reuzen. Deze zijn verloren gegaan als gevolg van de Reformatie en met name in de Franse tijd. Dat gebeurde ook in de omringende landen, maar daar is men veel eerder begonnen met het herstel. Het beste voorbeeld daarvan is de enorme groei van het aantal reuzen in België, de bakermat van de hedendaagse reuzencultuur. In het ontstaan van de reuzen zijn processies en ommegangen belangrijk geweest. Daarin werden grote poppen meegevoerd. Ze stelden bijbelse figuren of heiligen voor, zoals Christoffel in 1398 in Antwerpen. Het ongeletterde publiek kon zo van hun bestaan kennisnemen. Er waren ook andere verschijningsvormen. Reuzen werden op stadswallen geplaatst om aanvallers schrik aan te jagen. In de Franse Midi hebben ze reuzen in de vorm van fabeldieren.

De Nederlandse reuzen maken onderdeel uit van een wereldwijd fenomeen. Het zijn universele verschijningsvormen van angst, religie, macht en cultuur. Vooral cultuur, van volkscultuur. In de profane en religieuze wereldliteratuur komen tal van reuzen voor als helpers, helden, goden en monsters. In Oost en West symboliseren de reuzen de strijd tussen goed en kwaad. David die Goliath verslaat. De aartsengel Michaël die de draak overwint. Sint Joris die de koningsdochter redt uit de klauwen van de draak. In het door Gulliver van Jonathan Swift bezochte land heerst de reuzenkoning Brobingnag. De Europese reuzencultuur kent ook relaties met oeroude mythologie. In de beleving van de nietige mens kon een reus de ontzagwekkende natuur verklaren. De Drenten namen aan dat de hunebedden bouwsel van reuzen waren. De heuveltjes in de buurt van de Vecht zijn hoopjes zand die uit de zakken van passerende reuzen vielen. De Rijn is een reuzenwerkje geweest. Twee reuzen groeven samen een eeuw aan de bedding. Nooit wisselden ze een woord. Toen een van hen een zucht slaakte, werd het hem te rumoerig en ging hij in zijn eentje de Waal aanleggen.

(Door Paul Spapens*)

*Paul Spapens (1949, Hilvarenbeek) is gepensioneerd dagbladjournalist, publicist en cultuur-activist. Hij is gespecialiseerd in de volkscultuur van Nederland. In Noord-Brabant stond hij mede aan de wieg van meerdere nieuwe reuzen. Hij is voorzitter van de Nederlandse Reuzenfederatie.